Isg is ontstaan in januari 1987, te Leuven, vanuit de noodzaak om (h) erkenning te vinden, de zoektocht naar lotgenoten en de maatschappij wakker te schudden voor de problematiek van incest en seksueel geweld.

Totaal wanhopig had ik me toen gericht naar Martin De Jonghe en zijn toenmalig radioprogramma servicetelefoon. Wanhopig ja, op zoek naar mensen die hetzelfde meemaakten, voelden, op zoek naar (h) erkenning, bevestiging, naar lotgenoten. Samen met Marijke, hebben wij toen een oproep gedaan: enerzijds naar lotgenoten en anderzijds om in Vlaanderen iets rond incest en seksueel geweld op te starten als vereniging.

Op de oproep zijn toen vele reacties gekomen, waaronder ook van Lut. Want ook zij zat met hetzelfde streefdoel, namelijk incest en seksueel geweld bespreekbaar te maken. Na enkele samenkomsten was ISG geboren. In het begin bestond er enkel een stuurgroep die zich vooral naar allerlei instanties richtte en tot doel hadden studiedagen te organiseren. Maar heel snel werd duidelijk dat de personen die de incestervaring in zich meedroegen, nood hadden aan een gewone babbel. En zo zijn, kort na de startdatum de babbelgroepen ontstaan. Hierna volgde een splitsing tussen stuurgroep en babbelgroep. In het begin was het echt zoeken naar een evenwicht om deze avonden vlot te laten verlopen. De bedoeling was dat iedereen ruimte kreeg om haar of zijn eigen verhaal te brengen. Aanvankelijk waren het enkel vrouwen die de babbelgroepen bijwoonden. Uit alle streken van Vlaanderen en uit alle mogelijke lagen van de bevolking kwamen we bijeen te Leuven om ons verhaal te vertellen, zonder verdere pretenties.

Als de groep eenmaal ‘liep’ kwamen ook mannen en partners deelnemen. Ook voor hen kwam er ruimte om op verhaal te komen, zich er thuis te voelen. Ze mochten gewoon zichzelf zijn.

Zo’n babbelgroep is nog steeds een plaats om de innerlijke wereld van het misbruik aanwezig te stellen. Ieder zit met haar/zijn eigen unieke verhaal. De basishouding is luisterbereidheid en eerbied voor de eigenheid van de ander. In het samen spreken is de eigen ervaring het uitgangspunt. Zo kunnen ervaringen aan bod komen die men ‘buiten’ de kring van lotgenoten niet durft te verwoorden uit angst ‘gek’ verklaard, veroordeeld, gestigmatiseerd te worden. Ieder mag in haar/zijn tijd, in haar/zijn taal met haar/zijn gevoelsgeladenheid het verhaal brengen. Door te luisteren geef je de ander de kans om haar/zijn verhaal en hun weg te verwoorden. Die verwoording doet bij jezelf ervaringen oplichten: je herkent je in het uitspreken van de ander of je beseft dat het bij jou heel herkenbaar of net anders is verlopen. Stilaan durf je je uitspreken over zaken waarvan je het gevoel had dat je er nergens anders mee terecht kan. Het haalt je uit de isolatie van “niemand begrijpt mij”, “ik ben dan toch niet gek” . Er volgt geen interpretatie om de woorden in te passen in één of andere visie. Binnen de groep leer en durf je stilaan woorden te vinden voor het complexe geheel van de wereld rond incest en seksueel geweld. Het grensoverschrijdende van zo’n ervaring; kan je dan nog wel iemand vertrouwen? De vragen van schuld en onmacht die massaal op je afkomen. Het onbegrip van buitenstaanders die het zo goed bedoelen maar je vaak naar nog meer eenzaamheid doorsturen met uitspraken als: “weet je, het is nu al zolang geleden, laat het verleden voor wat het is en begin opnieuw”, alsof je het verleden met een bewuste wilsdaad kan uitwissen. Of: “probeer eens goede seks te hebben..” Voor sommige mensen is het de eerste keer dat ze tegenover vreemden prijsgeven wat in hen omgaat. Soms durven ze niet eens hun naam hoorbaar uit te spreken, dan weer biedt het verhaal zich aan als een niet te stuiten woordenvloed.

Deelnemen aan de babbelgroepen is zich in woorden begeven. Eerst aarzelend, toelating vragend aan jezelf en aan de anderen om jezelf in woorden uit te drukken. Tot die woorden zich in alle eerlijkheid en kracht aanwezig stellen en een realiteit benoemen van gemis, pijn, onmacht..woorden gebruiken is troost vinden voor een wereld die kwetsbaar in jezelf aanwezig is en voor de vernietiging van jezelf als kind.

Met het lied ‘woorden’ van Herman Verbeek, werden we het eerste werkweekend in februari 1988 verwelkomt te Averbode. Meteen werd dit jarenlang het lijflied van de deelnemers van de werkweekends.

Gaandeweg ontstonden er babbelgroepen in Leuven, Antwerpen en Gent.

De kracht van de groep is de energie van de deelnemers.

Kárin
20 oktober 2007